Woordenboek
Hieronder vindt u een overzicht van woorden en begrippen die u vaak op het Internet gebruikt zult zien. Er is tevens een snelkeuzemogelijkheid door hieronder op de eerste letter van het woord wat u zoekt te klikken.
- ADSL
- Asymmetrical Digital Subscriber Line. Een snelle internet verbinding die tegen een vast bedrag per maand word aangeboden. Assymetrical betekend dat de snelheid van het internet naar uw computer (downstream) hoger is dan de snelheid van uw computer naar het internet. (upstream) Zie ook SDSL, VDSL en xDSL
- Analoog
- Hierbij varieert het signaalniveau constant. Dit i.t.t. digitaal waarbij maar twee mogelijke niveaus bestaan (0 en 1).
- Batched SMTP (bSMTP)
- Dit is een protocol gebaseerd op het aloude SMTP-protocol. De e-mail wordt wel via het SMTP-protocol bij de klant afgeleverd, nadat het bij de provider is bewaard (batched). Het afleveren wordt gestart door een speciaal commando dat naar de mailserver van de provider wordt gestuurd.
- Browser
- De algemene naam voor het programma dat gebruikt wordt om webpagina's te bekijken. Tegenwoordig wordt het ook gebruikt voor de combinatie van programma's, die allemaal afgeleid zijn van een browser, waarmee ook e-mail en news gelezen kan worden.
- CGI Scripts
- Een programma dat draait op een webserver en waarmee het mogelijk is om invoer van de gebruiker te verwerken en op grond van die invoer bepaalde handelingen te verrichten, zoals een andere pagina tonen met specifieke informatie of een e-mail sturen naar de beheerder van de website.
- Cracker
- Computercrimineel. In tegenstelling tot hackers, hebben deze mensen wel veelal minder prettige bedoelingen met uw systeem.
- Dial-up adapter
- Een softwarematige interface waarmee de verbinding met de provider gemaakt kan worden.
- Dynamisch IP adres
- Dit is een IP-adres dat kan wijzigen. U kunt er dus niet op vertrouwen dat u in de nabije toekomst hetzelfde IP-adres gebruikt voor uw verbinding met Internet.
- Extranet
- Als er meerdere intranetten of lokale netwerken gekoppeld worden
op een zodanige wijze dat de gebruikers van die netten bepaalde
rechten hebben op de netten, die onderdeel uitmaken van het extranet,
terwijl het niet het eigen lokale netwerk is.
Zo kan een fabrikant een extranet opzetten met zijn dealers, waarbij de medewerkers van die dealers toegang hebben tot het intranet van de fabrikant. - Electronische post.
- FTP
- Met FTP (`File Transfer Protocol') is het mogelijk bestanden over te halen van servers. Een server is een computer die op de het Internet is aangesloten. Een significant deel van deze servers heeft een publiek toegankelijk gebied waarin bestanden te vinden zijn. Hieronder veel programmatuur, maar bijvoorbeeld ook boeken in elektronische vorm. Vaak is dezelfde informatie ook beschikbaar via WWW, maar soms wordt u expliciet verwezen naar een FTP-server.
- Hacker
- Een hacker is een persoon die geniet van de intellectuele uitdaging om op een creatieve manier aan bepaalde beperkingen te ontsnappen of deze uit te schakelen. Hackers zelf noemen degenen die uit criminele oogmerken een systeem "kraken" crackers. Hacken hoeft overigens niets met computers te maken te hebben. Het is de intellectuele uitdaging die telt. Social-engineering is hier een voorbeeld van.
- Huurlijn
- Dit is een vast verbinding, die gehuurd wordt van een leverancier van dergelijke verbindingen. Van oudsher leverde alleen KPN telecom die verbindingen. Tegenwoordig zijn er meer leveranciers en in sommige gevallen kan de provider het ook in eigen beheer aanbieden.
- Intranet
- In de meeste gevallen is het het lokale netwerk van een bedrijf.
Afhankelijk van de situatie kan het rechtstreeks aangesloten zijn op
Internet of via allerlei firewalls, gateways enz.
In sommige gevallen wordt ook de website, zolang die alleen intern benaderbaar is, met intranet aangeduid. - Internet
- Het Internet bestaat uit een groot aantal onderling verbonden computernetwerken, die een gemeenschappelijke protocol gebruiken om informatie uit te wisselen. Het verschil met een (zeer groot) extranet is dat de servers op Internet in principe door iedereen benaderbaar zijn.
- IP adres
- Dit is het adres conform het Internet Protocol. Iedere benaderbare machine op Internet moet een uniek adres hebben. Het adres wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat informatie bij de juiste machine aankomt.
- ISDN
- Dit is een inbelmethode waarbij met de beschikking heeft over 2 kanalen om verkeer over te versturen. Dat verkeer kan een gewoon telefoongesprek zijn, maar ook een digitale verbinding tussen uw computer en de server van uw provider.
- Masquerading
- Masquerading biedt de mogelijkheid om een heel intranet te koppelen aan Internet, terwijl er maar 1 IP-adres wordt gebruikt. Vanuit het intranet is heel Internet bereikbaar, maar vanaf Internet zijn de afzonderlijke machines niet bereikbaar.
- Modem
- De modem staat voor Modulator/Demodulator. De modem vertaalt de digitale informatie van uw computer naar analoge signalen op de telefoonlijn en omgekeerd.
- Overboeking
- Hieronder wordt verstaan het verschil tussen de maximaal en minimaal gegarandeerde bandbreedte op een xDSL verbinding. Bij een overboeking van 1:10 en een maximale snelheid van 1024Kbit/s, houd u dus minimaal 102,4Kbit/s over. In de praktijk is voor privé gebruik 1:25 ruim voldoende, en gaat dit alleen een rol spelen bij toepassingen als VPN of telefonie via het internet (VOIP).
- NAT (Network Address Translation)
- NAT wordt gebruikt als u een intranet heeft, waarbij alle machines Internet moeten kunnen bereiken en waarbij machines op Internet die machines ook moeten kunnen bereiken. U heeft NAT nodig als de IP-adressen in uw intranet niet overeenkomen met de adressen die uw provider heeft verstrekt. Voor de communicatie is dus een vertaling van de adressen noodzakelijk.
- PAT (Port Address Translation)
- zie `Masquerading`
- POP3
- Post Office Protocol versie 3. Op dit moment nog het meest gebruikte protocol om email van de mailserver op te halen en naar uw systeem te transporteren. Tegenwoordig wordt ook steeds vaker gebruik gemaakt van IMAP. Het grote verschil tussen deze twee is dat bij POP3 u de email echt op haalt naar uw eigen systeem, waarna u de verbinding kunt verbreken, waarbij IMAP gebruik maakt van een permanente verbinding en alle email op de server laat staan.
- SDSL
- Symmetrical Digital Subscriber Line. Een DSL variant waarbij de snelheid van uw computer naar het internet, en van het intern naar uw computer even hoog is. Dit i.t.t. ADSL waarbij er een (groot) verschil tussen deze twee zit. Deze variant word veel toegepast bij bedrijven die VPN verbindingen gebruiken, of zelf eigen (publieke) servers hebben draaien.
- SCP
- Secure Copy Protocol, een onderdeel van SSH, bedoeld om bestanden op een veilige manier bestanden te kopieren van het ene systeem naar het andere. Unix varianten hebben dit vrijwel altijd beschikbaar, onder windows kunt u gebruik maken van WinSCP.
- SFTP
- Secure FTP, een onderdeel van SSH, een alternatief voor FTP, en bedoeld om op een veilige manier bestanden te kopieren van het ene systeem naar het andere.
- SMTP
- Simple Mail Transport Protocol, dit word door uw email programma gebruikt om emailtjes te bezorgen bij de mailserver van IAF, welke het door stuurt naar de ontvanger.
- Spam
- Ongewenste electronische (bulk-)reclame. Hoewel spam vele verschijningsvormen kan hebben en meerdere definities heeft, is deze definitie toch wel het meest bekend en geaccepteerd. Spam wordt in grote hoeveelheden tegelijkertijd over het internet "uitgestort", en bevat meestal reclame voor producten die u toch niet wilt hebben. Overigens word er gewerkt aan wetgeving om het binnen Nederland illegaal te maken, en ook andere landen zijn hier mee bezig. Het is niet alleen erg vervelend, het geeft ook veel overlast op mailservers e.d.
- SSH
- Secure SHell. Zeg maar de veilige variant van Telnet. SSH maakt gebruik van geavanceerde encryptie om er voor te zorgen dat uw sessie niet of zeer moeilijk af te luisteren is. SSH heeft een aantal onderdelen, waaronder scp en sftp (bestanden kopieren) en maakt het bijvoorbeeld ook mogelijk om z.g. "tunnels" te maken om op een veilige manier andere protocollen te gebruiken. Putty is hier een veel gebruikt Windows programma voor.
- Telnet
- Telnet maakt het mogelijk om op (ver) verwijderde systemen te werken. Veel Internet server staan telnet-sessies toe voor onbekenden, waarmee u bijvoorbeeld speciale databases kunt raadplegen of met meerdere personen interactief kunt communiceren. Tegenwoordig word dit steeds meer vervangen door SSH, daar dit protocol vele malen veiliger is.
- Tunnel
- Een manier om het ene protocol via het andere te transporteren, zonder dat buitenstaanders bij de "inhoud" van de tunnel kunnen komen. Denk bijvoorbeeld aan een relatief onveilige Terminal Server of VNC sessie, die doormiddel van een tunnel over het internet toch op een veilige manier communicatie met het doelsysteem mogelijk zijn.
- Vast IP adres
- Dit is een IP-adres waarbij u er van uit kunt gaan dat u dit bij iedere nieuwe verbinding met Internet gelijk blijft.
- Vaste verbinding
- Een verbinding via een huurlijn.
- VDSL
- Very high bit-rate DSL. De ultieme xDSL variant. Maakt het mogelijk om snelheden tot 52MegaBit per seconde downstream, en 16 MegaBit per seconde upstream te halen. Helaas echter wel alleen op korte afstand, maximaal 1200 meter. Zie ook xDSL.
- Versnijding
- Zie overboeking
- Virus
- Een over het algemeen klein programma dat tot doel heeft en in staat is zichzelf te verspreiden en, heel belangrijk, schade aan te richten aan de bestanden die het infecteerd. Dit verspreiden kan op allerlei manieren, maar hedentendage worden de meeste virussen per email verspreid. Een virus is iets anders dan een worm, deze heeft als enig doel zichzelf te verspreiden maar richt geen schade aan.
- VPN
- Virtual Private Networking. Hiermee wordt bedoeld een (beveiligde) koppeling tussen (bedrijfs)netwerken via het publieke internet door middel van tunnels, waarbij de netwerken als één groot netwerk functioneren. Een methode die IAF met veel succes toepast om diverse verspreide kantoren van bedrijven als een geheel te laten functioneren.
- Worm
- Een over het algemeen klein programma dat tot doel heeft en in staat is zichzelf te verspreiden. Hoewel een worm geen directe schade aan richt aan computersystemen, is het wel degelijk schadelijk. Doordat het zich tot in het oneindige verspreid, kunnen email servers en netwerk knooppunten over belast raken door de enorme hoeveelheid extra verkeer.
- WWW
- WWW is een interactieve dienst, die met zijn grafische en multimediale interface een sterke publiekstrekker vormt. Middels een browser biedt het Web toegang tot informatie die bedrijven en particulieren op hun `sites' of `homepages' beschikbaar hebben gesteld. Deze enorme hoeveelheid informatie is toegankelijk via allerlei zoekprogramma's en databases. De basis van WWW is het doorlinken vanaf de ene pagina naar pagina's die (zijdelings) betrekking hebben met de informatie op die ene pagina.
- xDSL
- De verzamelnaam voor alle DSL varianten, waaronder ADSL, VDSL en SDSL. Uitgebreide uitleg over het hele spectrum is, in het engels, te vinden op: HowStuffWorks.
Voor een meer uitgebreid (engelstalig) woordenboek over Internet verwijs ik naar FYI0018 op de FAQ-site.
- Uitleg over...
- Instellingen
- Storingen
- Werkzaamheden
- Woordenboek
- Vraag het...