Werkstuk Sri Lanka
door
An Verhoeven
e-mail: verhoevenamje@village.uunet.be
1.Inleiding
Sri Lanka, zoals Ceylon sinds 1971 officieel heet, is een eiland gelegen in de Indische Oceaan. De inwoners op het eiland bestaan uit verschillende soorten bevolkingsgroepen. De belangrijkste zijn vooral de Boedistische Singalezen en de Hindoeistische Tamils. Beiden beweren de echte bewoners te zijn. Ik ga het hebben over de Singalezen, omdat deze de indrukwekkendste cultuur hebben.
2.De Singalese beschavingDe Singalese beschaving kende twee tijdperken van grote bloei: de Anuradhapura-periode(161voor Christus tot 1017 na Christus) en de Polonnaruwa-periode(1070-1215), genoemd naar de respectievelijke hoofdsteden.
De Anuradhapura(de voormalige hoofdstad): begon toen koning Dutthaganman uit Rohana de eerste Singalese heerser over het hele land werd, door de Tamil-koning te verslaan. Hij had veel steun van zijn Singalese onderdanen.
De Polonaruwa(hoofdstad na de Dravische invallen): Koning Vijabahu uit Rohana werd koning over heel Sri Lanka. Hij maakte van het Boedisme de staatsgodsdienst.
3.Cultuur voor de Europeanen.(5aspecten)*Landbouw: In de Singalese rijken nam de rijstverbouw een grote vlucht dankzij een wijdvertakt irrigatiestelsel. Aanvankelijk bestond dit vooral uit talloze aarden dammetjes die de boeren in nabije riviertjes legden. Het water werd afgeleid en verzameld in kleine kunstmatige reservoirs. Vandaar werd het via kanaaltjes naar de rijstvelden geleid. Later werden ook grote stuwmeren aangelegd, die uitgestrekte gebieden van water voorzagen. Het grootste antieke stuwmeer is de Prakramabahu Samudra uit de 12de Eeuw. In die tijd was Sri lanka de belangrijkste rijstexporteur van Zuid-en Zuidoost-Azië.
*Architectuur: De schilder-en beeldhouwkunst bereikten grote hoogten. De ruïnes van klassieke tempels en paleizen bij de oude hoofdsteden, tegenwoordig toeristische bezienswaardigheden, zijn hiervan getuigen.
*Veroveringen: De Singalese koninkrijken waren dikwijls in oorlog met Dravische vorstendommen uit Zuid-India. Over en weer vonden invallen plaats. Het einde van zowel de Anuradhapura-als de Polonnaruwa-periode werd immers gemarkeerd door de verovering van het hele eiland door Indiase vorsten omwille van geen sterke verdeding van de Singalesen. Onbekwame koningen en interne verdeeldheid ondermijnden de welvaart en de militaire macht van de Singaleze koninkrijken.
Gevolg: Het onderhoud van de complexe irrigatiewerken, dat een zwaar beslag legde op de economie en de bestuurlijke organisatie, was daardoor steeds moeilijker op te brengen. Door slecht beheer van de irrigatiewerken begonnen de rijstoogsten af te nemen. Bovendien kreeg men te kampen met een explosie van malaria rond de stilstaande wateren, die veel slachtoffers maakten.
*Trek naar het zuiden: De 13de Eeuw stond in het teken van een massale trek van de Singalesen naar het zuidwesten van het eiland. Ze hoopten daar veiliger te zijn voor de invallen uit India en een nieuwe economische basis te vinden. In korte tijd werden de eeuwenoude irrigatiewerken verlaten. De overvloedige regenval in het zuidwesten en zuiden maakte irrigatiewerken overbodig.
De rijst werd voortaan op kleinschalige wijze verbouwd en was vooral bestemd voor eigen gebruik. Voor het eerst moest er rijst worden geïmporteerd. De export van specerijen als kaneel en peper maakte dat mogelijk.
*Godsdienst: Het Boedisme door de Singalezen, en sinds de 13de Eeuw werd in Jaffna voor het eerst een hindoe-koninkinkrijk gevestigd, dat met een korte onderbreking tot aan de verovering door de Portugezen in 1617 bleef bestaan.
4.De kolonisatieSri Lanka was één van de eerste Aziatische landen dat de aandacht van Europese handelaars trok. De drie Europese landen die zich vervolgends 450 jaar lang met het land bemoeiden, hebben alle op een eigen manier de binnenlandse situatie naar hun hand gezet. Gemeenschappelijke drijfveer was natuurlijk de winstgevende handel, met name in specerijen en plantagegewassen(bv. rijst).
*Porugese tijd van 1505-1658*
Op 15 november 1505 meldde een boodschapper aan zijn koning in de huidige hoofdstad Kotte bij het huidige Colombo: "Er zijn zojuist in de haven mannen aangekomen met een blanke huid; ze zijn erg knap. Ze dragen ijzeren vesten en hoeden. Ze eten stukken witte steen en drinken rood bloed. Hun grote geweren maken meer lawaai dan de donder en hun kogels kunnen een marmeren muur verbrijzelen."
De Portugezen waren in het begin meer koopman dan soldaat; ze kwamen niet zozeer om te veroveren, maar waren op zoek naar nieuwe handelsgebieden. De wind had hen naar de kunst gedreven. Het eiland beviel hen. Ze gaven het eiland een andere naam: Cilao. Ze namen de kustgebieden gedeeltelijk in bezit, stichtten er nederzettingen en factorijen. Bouwden er kerken en forten. Al gauw bloeide de handel in specerijen en edelstenen. De Portugezen profiteerden van de onenigheid tussen de zeven koninkrijkjes waarin het eiland was uiteengevallen.
In 1517 bouwden ze een haven in Colombo. Vele tempels maakten ze met de grond gelijk. Ze probeerden de bewoners het Katholiek geloof op te dringen.
*De Nederlandse kolonisatie: 1658-1802*
Toen de Portugezen in het begin van de 17de Eeuw ook Kandy wilden veroveren, riep de koning de hulp in van de Nederlanders. In ruil daarvoor bood hij de Nederlanders handelsvoordelen aan, met name voor kaneel. De Nederlanders gingen daar graag op in, maar wilden meer dan de koning van Kandy in gedachten had: de Verenigde Oostindische Compagnie wilde de handel van de Portugezen overnemen. Na jarenlange strijd lukte het om in 1658 de Portugezen volledig te verslaan. En om te bewijzen dat de Nederlanders het eiland in handen hadden genomen, gaven ze het een nieuwe naam: Zeylan.
Maar de Nederlanders hadden meer macht dan de Portugezen. Ze hadden de hele oostkust onder controle. Echter de pogingen om Kandy te veroveren, bleven uit. In plaats daarvan namen ze heel de buitenlandse handel over.
Hoewel de Nederlandse heerschappij niet langer dan 140jaar duurde, was de invloed zeer groot. Zeylon was na Indonesië de belangrijkste voc-vestiging in Azië. Vanuit Zeylon werd kaneel, peper, koffie en olifanten naar het westen geëxporteerd. De Nederlanders bouwden forten om hun handelsbelangen te beschermen en bouwden ook verschillende protestantse kerken.( Hoewel ze minder actief waren dan de Portugezen op religieus vlak.)
Uit India lieten ze Tamil-slaven overkomen om te werken op de rijstplantages. Ze lieten goede wegen en kanalen aanleggen, voerden een bestuursregeling in en vestigden hun macht over de kustgebieden.
Door de ontwikkelingen in Europa en een verloren oorlog met Groot-Brittannië verzwakte de macht van het VOC. Zonder veel strijd konden de Britten de heerschappij over Zeylon aan het einde van de 18deEeuw overnemen.
*De Britse Kolonisatie: 1802-1948*
De basis voor de huidige Srilankaanse economie en politiek is in de Britse periode gelegd. In 1833 brachten de Britten het eiland onder 1 bestuur. De Britten maakten van Ceylon een echte plantagekolonie. Voortbouwend op de Nederlandse investeringen werd de economie geheel ingericht voor de export van tropische gewassen. Wegen en spoorwegen werden aangelegd voor het vervoer van de exportgewassen naar de havens, de belangrijste van toen zijn nu ook de belangrijkste: Colombo.
De Britten waren geschrokken door het geweld waarmee Birma en India de onafhankelijk eisten. Daarom gaven ze Ceylon in 1948 de onafhankelijkheid. Pas in 1972 verbrak Ceylon de formele banden met het Britse koningshuis. Het land werd een republiek. Deze nieuwe positie beklemtoonden ze met een naamsverandering, nl. Lanka, vooraf gegaan door de eretitel Sri.
Wat heeft de komst van de Europeanen gebracht? Negatief of positief??en waarom?
Zowel de Portugezen als de Nederlanders brachten niet veel goeds mee. In het begin kwamen de Portugezen echter enkel voor de handel. Maar de Portugezen namen misbruik van de oneningheid tussen de rijkjes. Ze drongen de Singalezen op om hun godsdienst te veranderen.
Ze braken de tempels en de paleizen af.
De Nederlanders hebben op politiek en economisch vlak veel gedaan voor het huidige bestuur in Sri Lanka. Het aanleggen van wegen, plantages, ... Enkel de slaven-handel was een negatief punt in de Nederlandse regeertijd.
De Britten legden basis voor de huidige Srilankaanse economie en politiek.
5.De overblijfselenDe taal in Sri Lanka heeft vele woorden uit het huidige Nederlands geërfd. De oneningheden tussen de Tamils en Singalezen blijft verder gaan. Het wantrouwen is groot. Sri Lanka is een ontwikkelingsland geworden. De plantagegewassen zijn niet langer DE exportgewassen. Industrieproducten en toerisme zijn de belangrijkste kostwinners in Sri Lanka. Maar er is veel werkloosheid, en de kloof tussen arm en rijk is groot geworden.
Wat ik zou bezoeken?
Ik zou zeker en vast de havenstad Colombo bezoeken. De beroemde zoo, waar je de kans krijgt om op olifanten te rijden. Het Dutch period museum en de wolvenkerk. Dit zijn restanten uit de Nederlandse regeringstijd. Het fort in Colombo lijkt me ook de moeite waard.
In Galle, langs de mooiste stranden van de wereld lopen. In de stad Galle zelf, de totaal ommuurde Hollandse vesting. Dit lijkt alsof je terug gaat in de tijd. De kerk in Galle heeft grafstenen met een Nederlandse tekst erop. En het fort dat door de VOC gebouwd is.
Verder een rondreis door de kleinere stadjes, zoals Yale, waar er een wildpark ligt. Sri Lanka is zeer in trek voor Engelsen en Nederlandse toeristen. De reden waarom ik Sri Lanka heb gekozen is, omdat ik er zelf ooit naar toe wil gaan.
(Deze info heb ik gevonden in de boeken: *Dominicis-reeks: Sri Lanka, geschreven door Jo Diminicus en herzien door Ronnie Rokebrand. Uitgeverij: JH Gottmer-Haarlem, 10de herziende druk. *Landreeks Sri Lanka, Koninklijk instituut voor de Tropen, Novib, NCOS, geschreven door Udo Sprang) en op de website:http://www.iaf.nl/users/janpoel)
22-11-1998